maandag 8 augustus 2011

Metaforen in HRM: Voetbal vs Talenten managen?

Soms werken metaforen verhelderend in abstracte en complexe zaken. Niet dat het behouden van je talenten nu ‘rocket science’ is, om maar eens een goede ‘Nederlandse’ uitdrukking te gebruiken.
Toch helpt het bij het verhelderen van begrip en draagvlak. Door dezelfde situatie in een andere context te plaatsen, kan de door jouw geschetste situatie ineens tot een andere denkwijze leiden.

Op diverse sociale media wordt onder de HR vakbroeders volop uitgewisseld over het vasthouden van die waardevolle werknemers met potentie, je talenten. Dat kunnen je goudvinkjes zijn of je groeibriljanten. Bij die groep bestaat er echter een risico om ze voortijdig kwijt te raken.
Wat besluit je op voorhand voor je organisatie? Wel of geen Management Development Programma of kostbare Nijenrode opleiding aanbieden? Investeren in een loopbaan maar wel zorgen dat er een studieovereenkomst ondertekend wordt, die natuurlijk rekening houdt met allerlei (on)voorziene ‘what if…’ situaties.

Laten we eens kijken hoe dat in de voetbalwereld gaat. Niet dat ik enig verstand heb van voetbal, maar deze voorbeelden kan ik zelfs volgen. Voordat een ruwe diamant een groeibriljant wordt, hebben scouts dit jonge talent ontdekt en bij de club geïntroduceerd. De club investeert vervolgens in dit aanstormende talent, laat hem (sorry dames, het zijn eigenlijk altijd jochies) de nodige wedstrijdervaring op doen, begeleidt hem bij zijn opleiding en training, biedt een ideale werk- en sportomgeving en wat al niet meer zij.

Flinke investeringen dus in training & opleiding, zouden we in het bedrijfsleven zeggen, en het zou echter niet best zijn als dat in het voordeel van de concurrent was omdat het groeibriljantje ineens aan overstappen denkt. Dat is althans de meest gangbare reden waarom veel bedrijven daar allerlei juridische constructies aan koppelen (concurrentiebeding, studieovereenkomst, etc.)

En precies dat is wat men in de voetballerij compleet anders benaderd. Deze welgetrainde, opgeleide en inmiddels waardevol geworden spelers worden voor meer dan de investering ‘verkocht’ aan andere clubs. In deze business is het zelfs vreemd dat ik het woord verkocht tussen aanhalingstekens zet.

De kosten voor training & opleiding worden dubbel en dwars terugverdiend, zelfs aan de directe concurrent tegen de gevraagde transfersom. Er is geen sprake van concurrentiebeding of het voorkomen van het weglopen van spelers. Slechts een bepaalde contractduur en een (tussentijdse) transfersom zijn vooral bepalend voor het behoud en de investering in de speler.

Met de opbrengst kunnen ofwel kleine groeibriljantjes gescout worden en weer uitgroeien tot knotsen van stenen danwel zelf expertise of routiniers aan boord worden gehaald.
Als expertise schaars is in je club, kun je het of kopen of zelf ontwikkelen en een transfersom vragen bij een overgang naar een andere club.

Interessant voor het jonge talent of de expert in spé en geen gedoe meer met uitgebreide bindende voorwaarden, wurgcontracten, concurrentiebedingen etc. En interessant voor een organisatie om die routinier over te nemen die zijn opgedane kennis en ervaring andersom bij jouw club kan toepassen.

En zo wordt de War for Talent ineens op een heel ander speelveld uitgevochten, in dit geval het voetbalveld.
Even omdenken, maar ik zie hier wel mogelijkheden in: bijv. een deel van de rekening neerleggen bij de toekomstig eigenaar in plaats van bij de talentvolle medewerker of voormalig gulle werkgever.

Leuk hè, die metaforen.

Tot slot nog een tip van een publicatie in Managersonline.nl (9 aug. 2011) wat voor een deel aansluit op deze blog, maar dan bezien vanuit klantperspectief.

1 opmerking:

  1. Interessante vergelijking inderdaad. Zo krijgt het talent alle gelegenheid om zich te ontwikkelen, zelfs bij de concurrent. Vaak zie je ze in de voetballerij dan ook weer terug komen, denk aan Bergkamp bij Ajax, Van Bronckhorst bij Feijenoord, etc... Betere commitment kun je niet krijgen denk ik.

    BeantwoordenVerwijderen